Dit was niet zomaar een tafeltennistoernooi. Dit was een botsing van stijlen, ego’s, forehands en groepsappmateriaal. Vijf mannen betraden de arena. Eén man verliet haar met beker en cadeaupakket. Vier anderen kregen een handvol nauwelijks memorabele chocolaatjes en een verhaal waar ze nooit meer helemaal van herstellen.
Erik van Oosterwijk deed wat kampioenen doen: kalm blijven, toeslaan op de grote momenten en na afloop met een gezicht staan alsof dit eigenlijk precies zo bedoeld was. De man won niet alleen het toernooi, maar ook het recht om wekenlang quasi-bescheiden te glimlachen wanneer iemand “ja maar jij bent wel kampioen” zegt.
Zijn route naar de top was degelijk, intelligent en uiteindelijk genadeloos effectief. In de finale, waar Joost als ongeslagen poulewinnaar de ring betrad, weigerde Erik te knikken voor reputatie of statistiek. En op 12-10 in de beslissende derde set schreef hij geschiedenis. Of in elk geval iets dat hier heel erg op lijkt.
De poule was glashelder. De finale was dat absoluut niet. Juist daarom is sport heerlijk.
| # | speler | gespeeld | winst | verlies | sets voor | sets tegen | punten |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Joost Dijkgraaf | 4 | 4 | 0 | 8 | 0 | 12 |
| 2 | Erik van Oosterwijk | 4 | 3 | 1 | 6 | 2 | 9 |
| 3 | Jochem Vreeman | 4 | 1 | 3 | 3 | 6 | 4 |
| 4 | Remco Huis in 't Veld | 4 | 1 | 3 | 2 | 7 | 4 |
| 5 | Bob Metternich | 4 | 1 | 3 | 2 | 6 | 3 |
Voor de volledigheid. En zodat niemand later kan doen alsof hij “eigenlijk best goed speelde”.
Joost kwam binnen als ongeslagen machine. Erik vertrok als kampioen. Meer hoeft een sportverhaal eigenlijk niet te hebben.
Eerste set: Erik. Tweede set: Joost. Derde set: pure paniekpoëzie. Op 12-10 sloeg Erik de geschiedenisboeken open en Joost vermoedelijk even naar de vloer. Zo werd een perfecte poule ineens een voetnoot bij een groter verhaal.
Niet objectief, wel heerlijk.
Maar precies daarom doen we het.
Voor alle media, beleggers, analisten en toevallige buurtbewoners.
Stel je voor: twintig jaar later, achter glas, onder zacht licht.
Alles netjes vastgelegd, zodat later niemand kan zeggen dat hij “ook wel iets had gekregen”.
Voor Erik: een beker en een cadeaupakket. Dat noemen we in de vakliteratuur “duidelijke eerste plaats”.
Voor Bob, Jochem, Joost en Remco: elk vier nietszeggende chocolaatjes. Door Erik persoonlijk verstrekt, alsof hij tegelijk kampioen, ceremoniemeester en licht neerbuigende welzijnswerker was.
Daarmee werd de pikorde van de dag nog één keer in eetbare vorm samengevat.